Situatie
De afdeling had 24 bewoners, allen met midden- tot late stadium dementie. Tijdens de avond- en nachtdienst was er 1 verzorgende op 12 bewoners. Dwaalgedrag tussen 22:00 en 04:00 leidde tot meerdere valincidenten per maand. Eerder gebruikte technische middelen (uitluistersystemen, bewegingsmelders) waren niet voldoende: de signalering kwam, maar de fysieke aanwezigheid om bij te sturen ontbrak.
Onze aanpak
1. Nachtelijke begeleidende aanwezigheid
We zetten een gespecialiseerde nachtbeveiliger met dementie-ervaring in, die actief rondes liep, dwaalgedrag tijdig opmerkte en bewoners met respect terug begeleidde naar hun kamer of huiskamer. Geen 'bewaking', maar warme aanwezigheid.
2. Belevingsgericht werken
Onze medewerkers werden bijgeschoold in belevingsgerichte zorg: aansluiten bij de werkelijkheid van de bewoner, niet corrigeren. Hierdoor verminderde de weerstand bij begeleiding aanzienlijk.
3. Samenwerking met verzorgenden
Onze beveiliger werkte als verlengstuk van het zorgteam: signaleren, ondersteunen bij begeleiding, alleen zorgcontact wanneer geprotocolleerd. Communicatie via een dagelijkse korte overdracht.
4. Evaluatie per bewoner
Per bewoner met dwaalgedrag werd maandelijks geëvalueerd: was het beter of slechter geworden? Welke interventies werkten? Dit voedde het zorgplan terug.
"Onze bewoners hebben 's nachts een vertrouwd gezicht. Dat geeft hen rust en ons als team de ruimte om de zorg te doen die nodig is."
Wat we hebben geleerd
- Aanwezigheid 's nachts heeft direct effect op valincidenten
- Belevingsgerichte benadering werkt beter dan correctie
- Beveiliging als verlengstuk van zorg, niet als toezicht
- Minder onrust = minder behoefte aan medicatie
Veelgestelde vragen
Mogen jullie beveiligers bewoners aanraken?
Alleen wanneer dat geprotocolleerd is en in afstemming met het zorgteam. Voor zorghandelingen is altijd een verzorgende verantwoordelijk.
Wat is het verschil met een gewone nachtwacht?
Onze nachtbeveiligers zijn aanvullend getraind in dementie, de-escalatie en samenwerking met zorgteams. Ze kunnen meer dan signaleren — ze kunnen ook begeleiden.
